Pensioen in eigen beheer, de oudedagsverplichting

Veel DGA’s hebben er voor gekozen om het pensioen dat in eigen beheer is opgebouwd om te zetten in een oudedagsverplichting. Wanneer je met pensioen gaat, dan komt de oudedagsverplichting tot uitkering. In dit artikel een uitleg over de oudedagsverplichting en de uitkering daarvan.

In 2017 is pensioenopbouw in eigen beheer afgeschaft. Wat je tot 1 juli 2017 hebt opgebouwd mag blijven bestaan. Er mag vanaf die datum geen nieuwe opbouw meer plaatsvinden. Het is ook mogelijk om je pensioen in eigen beheer af te kopen. Daarnaast is het mogelijk om je pensioen om te zetten in een oudedagsverplichting.

Lees ook het eerdere artikel met een uitleg over pensioen in eigen beheer 

Oudedagsverplichting

Wanneer je pensioen in eigen beheer hebt opgebouwd is het mogelijk om je pensioen om te zetten in een oudedagsverplichting. Deze keuze mag worden gemaakt tot en met 31 december 2019.

De fiscale waarde die op de balans van de BV  staat wordt dan omgezet in de oudedagsverplichting. De oudedagsverplichting neemt ieder jaar toe met rente. Hiervoor wordt gerekend met het u-rendement. Dat is een gemiddeld rendement op een pakket staatsobligaties. Op dit moment is het u-rendement 0,27% (het gemiddelde over 2018). Dit rendement is in het verleden hoger geweest. In 2010 was het u-rendement ongeveer 3% en in 2000 ongeveer 5%.

Ingangsdatum

De uitkering van de oudedagsverplichting gaat in op de AOW-datum. Later mag ook, maar maximaal 2 maanden later! Eerder ingaan mag ook, waarbij de ingangsdatum maximaal 5 jaar eerder mag zijn dan de AOW-datum.

Uitkering

De uitkering berekenen is eenvoudig. Het bedrag van de oudedagsverplichting deel je door 20. Dat bedrag is de jaarlijkse uitkering.

Na 1 jaar uitkeren is verplichting afgenomen met de betaling die je hebt gedaan in het eerste jaar en toegenomen met rente. De nieuwe verplichting deel je vervolgens door 19. Dat is dan de uitkering in het tweede jaar. In het derde jaar doe je hetzelfde maar dan deel je door 18. etc. etc. Na 20 jaar stopt de uitkering.

Voorbeeld
De oudedagsverplichting op 1 mei 2018 is € 120.000,-. Het u-rendement is 0,27%. Op 1 mei 2019 gaat de uitkering in op de AOW-datum. De oudedagsverplichting is dan door de rente toegenomen tot € 120.324,-. De uitkering in het eerste jaar is dan € 6.016,20 (de verplichting gedeeld door 20).

Na 1 jaar is de verplichting dan (120.324 – 6.016,20 + rente) € 114.616,43. De uitkering in het tweede jaar wordt berekend door dit bedrag te delen door 19. De uitkering in het tweede jaar is dan € 6.032,44. 

Als je hebt gekozen om de uitkering eerder dan AOW-leeftijd te laten ingaan, dan deel je de verplichting door 20 plus het aantal jaren dat je de uitkering eerder laat ingaan. Laat je bijvoorbeeld de uitkering 2 jaar eerder ingaan, dan deel je de verplichting dus door 22.

Einde uitkering

Als je tijdens de uitkeringfase komt te overlijden, dan loopt de uitkering gewoon door, maar gaat dan naar de erfgenamen. De uitkering stopt altijd op de einddatum, 20 jaar na de AOW-datum

De uitkering uit de eigen BV kan worden gedaan zolang er voldoende geld is. Wanneer het geld op is, dan kan er niet meer uitgekeerd. De uitkering stopt dan eerder en de oudedagsverplichting komt te vervallen. De Belastingdienst eist dan dat de BV wordt geliquideerd.

Afstorten

Het is ook toegestaan om de oudedagsverplichting af te storten in een lijfrenteverzekering of lijfrente-bankrekening. Wanneer je dat doet, dan gelden de regels van de (bancaire) lijfrente. Een lijfrente is veel flexibeler dan een oudedagsverplichting. Zo kan een lijfrente tijdelijk, met een minimale duur van 5 jaar, worden uitgekeerd. Dat kan dus een reden zijn om te kiezen voor afstorting. Wanneer je de BV wilt opheffen als je met pensioen gaat, dan kun je om die reden ook overwegen om de oudedagsverplichting af te storten. Afstorten van de oudedagsverplichting kan tot uiterlijk 5 jaar na de AOW-datum. Daarna mag je niet meer afstorten.

Afkopen

Je kunt de oudedagsverplichting ook afkopen. De waarde op de balans wordt uitgekeerd. Hierover betaal je belasting, maar er geldt in 2018 en 2019 een korting. De korting in 2018 is  25% en in 2019 is die 19,5%. Afkoop is na 2019 niet meer toegestaan. Doe je dat toch, dan krijg je een fiscale sanctie. Dan betaal je belasting (zonder korting) plus 20% revisierente.

print

Jan van Harten is pensioenexpert en adviseert mensen die met pensioen gaan. Hij begeleidt ondernemingsraden bij pensioenvraagstukken en helpt werkgevers met het inrichten van pensioenregelingen. bijna met pensioen.nl is een initiatief van Jan van Harten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *