Spaargeld of pensioen, wat maak je het eerste op?

Wanneer je met pensioen gaat en je hebt pensioen opgebouwd, maar ook nog spaargeld, dan is dit waarschijnlijk jouw vraag. Wat maak je het eerst op, je spaargeld of pensioen?

Vermogen in Nederland

De meeste mensen die met pensioen gaan, hebben naast hun pensioen ook nog een flink vermogen bij elkaar gespaard, zo blijkt uit cijfers van het CBS.

De gemiddelde Nederlander heeft een vermogen van € 163.000,-. In dat gemiddelde zitten ook mensen met hele grote vermogens, die het gemiddelde flink optrekken. Als we alle 7,6 miljoen huishoudens op een rij zouden zetten en precies de middelste nemen, dan is het vermogen € 28.300,-. Er zijn dus net zoveel Nederlanders met een vermogen boven de € 28.300,- als er onder.

Als we inzoomen op de leeftijdscategorie 55 tot 65 jaar dan is het gemiddeld vermogen € 235.000,-. Als we de 1,3 miljoen huishoudens in deze categorie op een rij zouden zetten, en precies de middelste nemen, dan is het vermogen € 95.100,-.

Regelmatig krijg ik dan ook de vraag wat slim is om te doen. Eerst je spaargeld opmaken of zo snel als mogelijk je pensioengeld opmaken? Beide opties hebben voors en tegens. In dit artikel zal ik de voors en tegens toelichten.

Hoe kun je pensioen eerder ontvangen?

Je kunt pensioen altijd eerder laten ingaan. Je kunt een deel van je ook als tijdelijke uitkering (overbrugging van de AOW )laten uitkeren. Dat kan als je eerder dan de AOW-leeftijd je pensioen laat ingaan. Je kunt ook kiezen voor hoog/laag. Eerst een aantal jaren wat meer, daarna wat minder pensioen. Op die manier kun je het pensioen zo snel mogelijk aan jou laten uitkeren.

Wanneer je in de eerste jaren meer krijgt dan je nodig hebt, dan hoef je dat natuurlijk niet op te maken. Een eventueel overschot kun je toevoegen aan je spaarrekening.

Kun je pensioen ook later ontvangen?

Je kunt pensioen ook uitstellen en later laten ingaan. Je mag je pensioen uitstellen tot 5 jaar na je AOW-leeftijd. Hoe later je pensioen laat ingaan, hoe hoger het wordt.

Belasting

Je salaris en je pensioen wordt belast volgens een progressief schijventarief. Hoe hoger je inkomen, hoe hoger het percentage belasting dat je betaald. En na je AOW-leeftijd betaal je een lager belastingtarief dan ervoor. Het kan dus slim zijn om je pensioen zo laat mogelijk te krijgen – in ieder geval pas na je AOW-datum – en zo laag mogelijk te houden. Dan betaal je immers het minste aan belasting. Eerst zoveel mogelijk leven van je spaargeld en pas later je pensioen kan er voor zorgen dat je aanzienlijk minder belasting betaalt.

Dat klinkt gunstig. Maar let op, je betaalt minder belasting omdat je minder pensioen krijgt. Je leeft immers zoveel mogelijk van je eigen spaargeld.

Overlijden

Wanneer jij (en je partner) komen te overlijden stopt de uitkering van het pensioen. Je erfgenamen ontvangen niets van je pensioenvermogen, ook al is er nog maar weinig uitgekeerd. Je spaargeld komt niet te vervallen. Dat gaat naar je erfgenamen. Wil je nog iets nalaten aan je erfgenamen, dan is het slim om eerst zoveel mogelijk je pensioen op te maken en je spaargeld zo min mogelijk en zo laat mogelijk aan te spreken.

Flexibiliteit spaargeld of pensioen

Je kunt zelf keuzes maken over wanneer en hoeveel pensioen je krijgt. Die keuzes zijn wel beperkt door de wettelijke mogelijkheden. En wanneer je eenmaal gekozen hebt, dan kun je dat na pensionering niet meer wijzigen.

Spaargeld is heel flexibel. Je kunt opnemen naar behoefte en er zijn geen regels voor hoeveel je wanneer mag opnemen. Het meest flexibel ben je dus wanneer je zo snel mogelijk zoveel mogelijk pensioen ontvangt en je spaargeld zoveel mogelijk laat staan als een flexibele buffer.

Conclusie spaargeld of pensioen?

Wil je zo min mogelijk belasting betalen, dan kun je het beste eerst je spaargeld aanspreken en je pensioen zo laat mogelijk ontvangen en zo laag mogelijk houden. Hierdoor blijft er veel geld bij de pensioenuitvoerder. Nadeel daarvan is dat je bij (vroegtijdig) overlijden minder geld nalaat voor je erfgenamen.

Wil je juist zoveel mogelijk geld ontvangen van de pensioenuitvoerder – je hebt immers niet voor niets samen met je werkgever jarenlang premie betaald – dan kun je het beste eerst zoveel mogelijk pensioen ontvangen. En je spaargeld zoveel mogelijk als buffer bewaren.

Ook wanneer je zoveel mogelijk wilt nalaten aan je erfgenamen is het beter om eerst je pensioengeld aan te spreken en je spaargeld zo laat mogelijk*. Wanneer je voor deze optie kiest ben je ook nog eens het meest flexibel!

* 65-jarigen hebben op dit moment een gemiddelde levensverwachting van ruim 20 jaar. Wanneer je ouder wordt dan 85 jaar, dan is het over het algemeen gunstiger om pensioen zo laat mogelijk te laten ingaan, dat kan uiteindelijk resulteren in een hogere nalatenschap.

print

Jan van Harten is pensioenexpert en adviseert mensen die met pensioen gaan. Hij begeleidt ondernemingsraden bij pensioenvraagstukken en helpt werkgevers met het inrichten van pensioenregelingen. bijna met pensioen.nl is een initiatief van Jan van Harten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *