Pensioen en belasting 2020

Over je pensioenuitkeringen betaal je belasting. In dit artikel leg ik uit hoe dat precies werkt en wat het verschil is tussen de belasting die je betaalt als je werkt en de belasting die je betaalt over je pensioen. Ook geef ik een toelichting op de heffingskortingen.

Uitgesteld salaris

Pensioen is uitgesteld salaris. Tijdens je werkzame leven krijg je een deel van je salaris direct uitgekeerd, en een deel wordt opzij gezet voor later. Het deel dat opzij wordt gezet voor later noemen we pensioen.

Over het salaris dat wordt uitbetaald aan jou betaal je loonbelasting. Over het pensioen dat je opzij zet voor later betaal je nog geen belasting. Dat doe je pas als het pensioen wordt uitbetaald.

Salaris en belasting

Over je salaris betaal je loonbelasting. Dat wordt ingehouden door je werkgever. Over je salaris tot € 68.508,- betaal je 37,55% belasting. Over het meerdere betaal je 49,5% belasting. [bedragen 2020]

Pensioen en belasting

Over je pensioen en je AOW betaal je ook loonbelasting. Dat wordt ingehouden door de pensioenuitvoerder en de SVB die de AOW uitbetaalt. Vanaf je AOW-leeftijd betaal je minder belasting.

Over je pensioen tot € 35.376,- betaal je 19,45% belasting (in plaats van 37,55% als je jonger bent). Over je pensioen tussen € 35.376,- en € 68.508,- betaal je 37,55% belasting. En over het meerdere betaal je 49,5% belasting. Voor de eerste € 35.376,- geldt dus een lager belastingtarief.

Als je een inkomen hebt van € 35.376,- of meer, dan betaal je dus € 6.403,- minder belasting!

Heffingskortingen en pensioen

Bij de berekening van de te betalen belasting wordt rekening gehouden met heffingskortingen. Dat is een korting op de te betalen belasting. Wanneer je met pensioen gaat veranderen deze kortingen ook.

Algemene heffingskorting: deze korting is inkomensafhankelijk. Hoe hoger je inkomen, hoe lager de korting. Wanneer je met pensioen gaat wordt deze korting lager.

Arbeidskorting: deze korting komt te vervallen als je pensioen gaat.

Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: deze kortingen zijn inkomensafhankelijk. Hoe hoger je inkomen, hoe lager de kortingen. Wanneer je met pensioen kun je in aanmerking komen voor deze kortingen.

Over het algemeen zullen de heffingskortingen na pensionering lager worden dan wanneer je werkt. Het belastingtarief wordt zoals ik eerder aangaf na pensionering lager, maar er zijn ook minder heffingskortingen. Rekening houdend met de verschillende heffingskortingen betaal je na je pensioen nog steeds minder belasting dan wanneer je werkte.

Loonheffingskorting en pensioen

Je kunt aan de pensioenuitvoerder vragen om bij het uitbetalen van het pensioen al rekening te houden met de heffingskortingen. Wanneer je een uitkering aanvraagt, moet je een formulier invullen waarop je kunt aangeven of ze wel of geen rekening moeten houden met de loonheffingskorting.

Wanneer je AOW en pensioen krijgt, dan krijg je van meerdere instanties een uitkering. Iedere instantie zal je vragen of er wel of geen rekening moet worden gehouden met de loonheffingskorting. Als je alle instanties vraagt om rekening te houden met de loonheffingskorting, betaal je te weinig belasting. Als je dan aangifte gaat doen voor de inkomstenbelasting moet je bijbetalen.

De Belastingdienst adviseert daarom om de loonheffingskorting door 1 instantie te laten inhouden. Dat kun je het beste doen bij de instantie die de hoogste uitkering betaalt.

Bijdrage Zorgverzekeringswet

Wanneer je werkt betaalt je werkgever een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Wanneer je met pensioen gaat, dan betaal jij zelf een inkomensafhankelijke bijdrage. Deze bijdrage is 5,45% [2020] en wordt ingehouden op je uitkering.

print

Jan van Harten is pensioenexpert en adviseert mensen die met pensioen gaan. Hij begeleidt ondernemingsraden bij pensioenvraagstukken en helpt werkgevers met het inrichten van pensioenregelingen. bijna met pensioen.nl is een initiatief van Jan van Harten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *